close

Mijn dossier

Hoe kunnen we helpen? custom menu custom search NL FR arrow
Mijn dossier Mijn dossier
search
custom menu
NL FR Mijn dossier Mijn dossier
14/01/26

Hogeschool schiet tekort in (documentatie van) feedback

Vernietiging evaluatiebeslissing na extern beroep

In een bijzonder goed gemotiveerd arrest van 5 september 2025 heeft de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen uitspraak gedaan in een dossier waarin een cliënte van ons kantoor extern beroep instelde tegen haar examenresultaat voor een praktijkproef binnen de opleiding interieurvorming. De Raad oordeelde streng over de verantwoordelijkheid van de opleiding om studenten voldoende te begeleiden, en wees de hogeschool uitdrukkelijk op haar plicht om feedback zo te documenteren dat kan worden nagegaan of een student daadwerkelijk een reële remediëringskans heeft gekregen (2425-RSTVB-0811).

De studente betwistte de beslissing van de interne beroepscommissie op grond van de miskenning van het redelijkheidsbeginsel en van de materiële motiveringsplicht. Zij was van oordeel dat de begeleiding en feedback voorafgaand aan de evaluatie van de praktijkproef gebrekkig was en haar niet in staat heeft gesteld om voor de evaluatie te slagen. De vermeende tekortkomingen die uiteindelijk tot een onvoldoende leidden, waren nooit expliciet besproken, niettegenstaande zij hierover herhaaldelijk gerichte vragen stelde. De opleiding kon in geen enkel stuk aantonen dat cliënte wél op deze werkpunten was gewezen.

De Raad onderzocht bijzonder diepgaand hoe de opleiding haar feedback organiseerde en documenteerde.

De hogeschool voerde aan dat in de opleiding bewust wordt gewerkt met een minder sturende vorm van begeleiding, waarbij van studenten een grote mate van zelfstandigheid wordt verwacht.

Dit ontslaat de interne beroepsinstantie evenwel niet van de verplichting om te kunnen beoordelen of en wanneer feedback is gegeven, wat de inhoud daarvan was, en of de student een realistische kans kreeg om werkpunten bij te sturen. Het louter nagaan of een student aanwezig was op begeleidingsmomenten volstaat niet. Uit het administratief dossier moet blijken dat de student tussentijds gewezen wordt op haar werkpunten, op dermate wijze dat het voor haar voldoende duidelijk wordt dat deze werkpunten geremedieerd moeten worden.

De hogeschool trachtte haar standpunt te staven door bijkomende informatie op te vragen bij de evaluatoren. De Raad oordeelde evenwel dat dit niet mag leiden tot een herformulering of achteraf opgestelde motivering van een eerder genomen beoordeling. De informatie die de interne beroepsinstantie van deze evaluatoren bekomt, dient te zijn terug te voeren tot verifieerbare en bij het initiële evaluatiemoment gedane vaststellingen, die gedocumenteerd zijn in het administratief dossier van de interne beroepsinstantie.

Dat is een voor de onderwijsinstelling verruimde bewijslast en lijkt veel verder te gaan dan de eerder gevestigde rechtspraak van de Raad.

Volgens de Raad was het voor de interne beroepsinstantie op basis van het voorliggende administratief dossier niet mogelijk om een volledig beeld van het begeleidingsmoment te vormen en de kritiek van de studente te beoordelen.

Dit arrest bevestigt dat studenten bij feedbackmomenten voor praktijkproeven recht hebben op duidelijke en concrete aanwijzingen over hun werkpunten, zodat zij zich vóór de evaluatie daadwerkelijk kunnen verbeteren.

Bovendien moet de interne beroepsinstantie haar beoordeling baseren op objectieve en verifieerbare elementen uit het administratief dossier, en mag zij geen rekening houden met verklaringen die de gegeven feedback achteraf herformuleren of alsnog pogen een reeds genomen beslissing beter te motiveren.

Heeft u vragen over studievoortgangsbeslissingen of wenst u advies in een gelijkaardig dossier? Ons kantoor helpt u graag verder.